Tirza Klaver uit Assen werkt als Adviseur particulier bij Univé Noord-Nederland en is de trotse moeder van twee dochters: Esmee van 19 en Marit van 15.

Marit was bijna 4 toen er diabetes type 1 bij haar geconstateerd werd. Het bracht het gehele gezin in een medische rollercoaster: “We zeggen weleens, konden we maar even vakantie nemen van diabetes”.

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem het eigen lichaam aanvalt. Normaal ruimt dat afweersysteem alleen ziektes op, maar bij mensen met diabetes type 1 vernielt het ook de cellen die insuline aanmaken in de alvleesklier. En aangezien insuline de bloedsuiker regelt, is er zonder niet te leven.

‘Alleen maar drinken, drinken, drinken’
“Marit ging steeds minder eten, ze had weinig eetlust, was wat ziekjes. Zelfs de patatjes gingen niet op. En ze was alleen maar aan het drinken, drinken, drinken. Zelfs het badwater dronk ze. De huisarts had meteen in de gaten wat er aan de hand was. Hij was ontdaan van de hoogte van Marit haar bloedsuiker. We moesten direct langs de eerste hulp en waren lamgeslagen. Daar hebben we alles maar over ons heen laten komen.

Ze werd meteen opgenomen. Samen hebben we een week in het ziekenhuis doorgebracht. We probeerden rustig te blijven terwijl de zorg haar werk fantastisch deed. Het overkwam ons. Ineens zaten we in een rollercoaster. Marit werd continu in haar vingertje geprikt en kreeg insuline in haar beentje gespoten. Zo probeerden we af te stemmen wat nodig was. Ook heb ik toen insuline leren spuiten op mandarijntjes.

Een stuk extra verantwoordelijkheid
Er komt heel veel op je af. Je moet leren een spuit voorbereiden, bloedsuiker meten, koolhydraten leren berekenen. Naast mantelzorger, word je er ook zorgverlener bij. Ook ’s nachts moesten we er meerdere keren uit om haar bloedsuiker te meten. En je krijgt een stuk extra verantwoordelijkheid. Als haar bloedsuiker niet op orde is, kan Marit een hypo of een hyper krijgen. Dat betekent dat ze buiten bewustzijn raakt, net als op haar 7de verjaardag gebeurde. Die angst raak je niet meer kwijt.

Wat het soms ook zwaar maakt is dat je je deur er niet voor kunt sluiten. We zeggen weleens, konden we maar even vakantie nemen van diabetes. Het is pure pech dat je dit krijgt. Tuurlijk denk ik weleens: Waarom? Waarom gebeurt mijn kind dit? Je weet dat dit haar leven gaat beïnvloeden, dat ze een deel van haar onbezorgdheid kwijt is. Maar we realiseren ons ook dat het veel erger had gekund.

‘Vertel jouw verhaal’
Marit is nu 15 en gaat er superstoer mee om. Het is een way of life geworden. Natuurlijk is ze weleens verdrietig of boos, vindt ze het in de zomer lastig dat iedereen de sensor op haar arm of bil kan zien of dat ze niet kan hockeyen omdat haar bloedsuiker niet goed is. Maar ze draagt haar insulinepomp aan haar broekzak en loopt er ook op school gewoon mee rond.

Ik vind het belangrijk dat er nog meer openheid komt. Daarom zou ik willen zeggen: vertel gewoon jouw verhaal. Dan weten mensen waarom je reageert zoals je reageert of bijvoorbeeld weg moet. Mijn collega’s weten allemaal wat er speelt en waarom ik altijd mijn telefoon naast mij heb liggen en continu bereikbaar ben. Ook als ik in de winkel met klanten in gesprek ben. Als je er open over bent is er niemand die het niet begrijpt.

Wat voor mantelzorgers belangrijk is, is een vangnet met familieleden of vrienden die af en toe een deel van de zorg kunnen overnemen. Zo creëer je momenten waarop je even uit de zorgsituatie stapt. 
Als uitlaatklep ben ik mij meer gaan inzetten als vrijwilliger bij de EHBO. Het is goed je niet terug te trekken uit je sociale leven. Het geeft je een doel en afleiding.

Jong verantwoordelijk
De zorg als ouder ben je denk ik nooit kwijt, maar ik moet erop vertrouwen dat we ze voldoende bagage hebben meegegeven en ik heb vertrouwen in de medische wetenschap en de medische hulpmiddelen waarover Marit beschikt. Mijn dochters hebben door deze situatie jong zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ze zijn zelfstandige mensen geworden die open en spontaan zijn en stevig in hun schoenen staan. Daar ben ik trots op.”