Ze zijn bijna 70 jaar lid van Univé en nog langer bij elkaar: Albert (97) en Annie (92) Ruben uit Assen. Door de jaren heen hebben ze de wereld flink zien veranderen, maar daar laten ze zich niet door weerhouden. Dus kunnen ze prima uit de voeten met hun computer en mobiele telefoon en doen ze aan internetbankieren en videobellen. Samen met hen blikken we terug.

Als ze terugblikken op hun leven komt er vooral veel tevredenheid naar boven. Een dieptepunt? Die kunnen ze eigenlijk niet bedenken. “Iedereen heeft natuurlijk weleens wat, maar we zijn allemaal gezond en zijn dankbaar dat we nog samen zijn en alles nog samen kunnen doen.” Het echtpaar heeft drie zoons, zeven kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. De zevende is op komst. Terwijl ze over hen praten vliegen de herinneringen en anekdotes over tafel.

‘We horen bij elkaar’
De coronatijd was niet makkelijk. Ze zaten veelal samen in huis en zagen familieleden alleen via beeldbellen. En dan te bedenken dat ze ooit de derde in Anderen waren met een eigen telefoon. “Het waren andere tijden. Voor een radio moest je toen echt sparen.”

Albert en Annie leerden elkaar kennen via de broer van Annie. Albert was een vriend van hem. “Hij liep veel bij ons binnen.” Maar pas later bij een editie van de Roldermarkt kregen ze verkering. En dat ging nooit meer uit. In 1954 trouwde het stel. “We horen bij elkaar”, vertelt Annie. Wat het geheim van de twee is? Ze denken goed na: “Allebei je gang gaan, maar goed overleggen”, vindt Annie.

De tweede in Anderen met een auto
Zijn werkzame leven bracht Albert grotendeels door in één van de vele zuivelfabrieken in het Noorden. “Nu zijn er nog maar een paar, maar toen hadden we alleen in Drenthe al 52”, vertelt hij. “Vrijwel allemaal coöperaties. Het was eigenlijk één familie, onderling werd alles geregeld.” Dat betekende dat toen de directeur van de fabriek in Gieterveen ziek was, Albert werd gebeld om hem te vervangen. “Ik werkte toen in Rolde en ging op de motor heen en weer. Naar Gieterveen werd dat met de auto.” Zowel de motor als de auto was verzekerd bij DLG (Drents Landbouw Genootschap), één van de voorlopers van Univé. “We waren de tweede in het dorp met een auto. De afdeling verzekeringen van DLG was alleen voor inwoners van de provincie Drenthe. Als je ging verhuizen buiten Drenthe bleef je gewoon verzekerd.”

En dat kwam goed uit, want later kwam Albert te werken in Slochteren en verhuisde het gezin. In 1968 ging hij aan de slag als bedrijfseconoom bij Acmesa in Assen en kwamen ze in de Drentse hoofdstad te wonen. Bij Acmesa bleef hij werken tot hij met de VUT kon. Daarna kwam er meer tijd voor één van hun grote hobby’s: fietsen en wandelen.

Wandelen als grootste hobby
Zowel Albert als Annie was lid van Wandelvereniging De Zwaluw. In 1972 werd Albert gevraagd als penningmeester voor drie jaar toe te treden tot het bestuur: “Nou die 3 jaar werden er 33”, grinnikt hij. Als vrijwilligers waren ze betrokken bij vele edities van de Avondvierdaagse in Assen. Ook gingen ze vaak op wandelvakantie.

Hun hobby bracht ze op bijzondere plekken, zoals in Taiwan en Japan. “We kennen helemaal geen talen”, lachen ze. “Maar met handen en voeten kom je een heel eind. Mensen vroegen regelmatig waar we vandaan komen. Holland kennen ze niet, Nederland helemaal niet. Maar zei je Amsterdam, dan wisten ze het ineens wel!”

‘Wat kan er allemaal nog meer veranderen?’
Ze maken zich vooral zorgen om de individualisering van de samenleving. “Dat was vroeger echt anders. Mensen lopen nu meer bij elkaar langs en hebben minder voor elkaar over”, lichten ze toe. “En veel gaat nu via het internet. Wij redden ons wel, maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Ja, er is zoveel veranderd in de afgelopen 50, 60 jaar, dat we vaak denken: wat kan er allemaal nog meer?”