In Nederland verlenen bijna vijf miljoen mensen in meer of mindere mate zorg aan zieke familieleden, vrienden, buren en anderen. Gewone mensen, zeer verschillend van aard die allemaal binnen de relatie met hun naasten op een bijzondere wijze onbaatzuchtig handelen en deze mantelzorg op zich nemen.

Voor meer dan 800.000 mantelzorgers is deze hulp langdurig en zo intensief dat ze zelf ernstig belast raken. 

Op deze manier uit vrije wil je naasten helpen is niet altijd een keuze. Wanneer je omgeving je in je waarde laat en je zo nodig ondersteunt, kan het jou en anderen goed doen. Dat geldt natuurlijk voor iedereen die vrijwillig een ander helpt en daarmee aan het levensgeluk van een ander.

Dat men aangesproken wordt als mantelzorgers is een effect van de manier waarop zorg in Nederland georganiseerd is. Een mantelzorger is geen professionele dienstverlener en is ook niet zelf ziek. Hij of zij voelt zich geroepen voor een chronisch ziek, invalide of oud gezins- of familielid te zorgen. Het overkomt beiden en stopt meestal pas als het niet meer hoeft. Er bestaan geen ‘werktijden’ en deskundigheid wordt verkregen door ervaring en niet door opleiding. Dat is anders voor de vrijwillige (thuis)zorg, dat is iemand die er voor kiest en ondersteund en opgeleid wordt door een organisatie op de achtergrond.

Vroeger was voor je naaste zorgen in je familie of buurt vaak een normale familie- of buurtplicht en heel gewoon. Vandaag lijkt deze dienstbaarheid vooral een instrument van derden (professionals) te worden maar dat is het natuurlijk niet. De term mantelzorger ontstond in de zeventiger jaren. Hoogleraar Hattinga Verschure bedacht dat zorg is als een warme mantel die je om iemand heen slaat. Ondanks dat gezinssamenstellingen en woongebieden van families veranderen is het van belang om met elkaar je naasten te blijven helpen.

De komende jaren neemt de zorgvraag toe en wordt er nog meer dan voorheen een beroep gedaan op deze ‘informele’ zorgverlening. Wat als het ook jou overkomt, wie staat je dan bij en wat heb je nodig? Wat kunnen anderen voor je doen? En bovenal hoe kun je jezelf blijven, ook voor de naaste die jij helpt?

Het zijn vraagstukken die we binnen onze vereniging graag bespreken en waar we van willen leren ten einde tegenspoed helpen voorkomen en gevolgen beperken.