Elk jaar worden gemiddeld 140.000 kinderen in Nederland behandeld op de spoedeisende hulp na een ongeluk in en rondom huis.

Voldoende aanleiding om samen met Ankie Bos en Henriëtte Scheper van de nationale bond EHBO een tweetal voorlichtingsbijeenkomsten bij Univé in Meppel te organiseren. Over wat je moet doen als een kind iets overkomt. 

Al snel wordt duidelijk dat de deelnemers allemaal een eigen ervaring of motivatie hebben:
  • ze zijn nog zo jong, ze zijn niet of juist wel voorzichtig, maar je weet maar nooit.
  • ik ben veel onderweg met kinderen en er kan van alles gebeuren. Dan vind ik het fijn dat ik kennis heb van EHBO.
  • Ik ben oma en vindt het fijn dat als mijn kleinkinderen er zijn en er gebeurt wat, dat ik weet hoe ik moet handelen.
  • ik ben werkzaam in het onderwijs en heb veel met kinderen te maken.
  • Ik werk als vrijwilliger op een kinderdagverblijf en wil graag weten hoe te handelen bij een calamiteit
  • Ik ben vader van drie jongens, er gebeurt nog weleens wat. Handig om te weten wat te doen.
Ook werden er verschillende vragen gesteld zoals: 
  • waarom is reanimatie bij volwassenen anders dan bij kinderen?
  • waarom worden de plakkers van een aed bij kinderen anders geplakt dan bij volwassenen?
Iedereen was zeer geïnteresseerd en wilde de opgedane kennis ook graag in de praktijk brengen. Iedereen kreeg de gelegenheid om zelf een reanimatie uit te proberen op de meegebrachte oefenpoppen.

Men vond het leerzaam en vooral ook leuk. Een laagdrempelige manier van kennis delen om tegenspoed te voorkomen en in dit specifieke geval lichamelijk letsel bij kinderen zien te beperken.